Beoordelen bij Lichamelijke Opvoeding houdt me nogal bezig. Vanuit een pedagogisch perspectief (zie bijv. mijn blog over het prachtige risico van bewegingsonderwijs), maar ook vanuit een meer onderwijskundig perspectief: past de manier van beoordelen wel bij wat we willen beoordelen? Omdat ik nieuwsgierig was hoe collega's hiermee omgaan, heb ik een enquête uitgezet. In het eerste deel daarvan (resultaten heb ik hier uitgebreid beschreven) heb ik gevraagd naar het waarom, wat, wie en vorm van beoordelen. Wat in dat deel vooral opviel is dat docenten lichamelijke opvoeding het belangrijk vinden om - bij de beoordeling! - naar meer te kijken dan het trucje alleen, er wordt gelet op inzet, houding, sportiviteit, het uitvoeren van rollen en wat al niet meer. Wat daarna opvalt is dat het toch vooral de docent is die de beoordeling doet, ondanks dat er blijkbaar heel veel beoordeeld moet worden. De weergave van beoordelingen is uiteindelijk vrij klassiek, het leeuwendeel van de docenten vangt de prestaties, progressie, houding, inzet (etcetera) in een cijfer.
In dit blog probeer ik een goede samenvatting te geven van de antwoorden op de 'praktijkvragen' uit het tweede deel van de enquête. Hoe ga je bij het beoordelen om met zwakke bewegers of juist excellente bewegers? Hoe beoordeel je zoiets als de duurloop?
Posts tonen met het label Sport en Bewegen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sport en Bewegen. Alle posts tonen
donderdag 19 mei 2016
zaterdag 7 mei 2016
Beoordelen bij LO - enquête deel 1
Beoordelen. Ik vind het maar lastig. Omdat het subjectief is bijvoorbeeld. Hoe we ons best ook doen, met niveaubeschrijvingen bijvoorbeeld, er blijft nogal wat te interpreteren. Dat is in sommige gevallen prima op te lossen, vooral bij meetbare onderdelen. Je kunt namelijk heel objectief een gelopen tijd, een gesprongen hoogte of geworpen afstand meten. Maar is die tijd, hoogte of afstand niet meer een resultaat van aanleg dan van wat er in de les geleerd is? Ik vind beoordelen ook complex. We willen leerlingen een eerlijk beeld geven van wat ze kunnen, maar ook of ze zijn vooruitgegaan, of ze zich hebben ingezet, of ze sportief waren, of ze anderen hebben geholpen, of ze altijd op tijd in de les waren, of ze enzovoort. In hoeverre is een cijfer dan nog een handige representatie? Maar, als belangrijkste, ik vind dat beoordelen regelmatig het leren, het plezier, het DOEL van bewegingsonderwijs in de weg staat. Bijvoorbeeld op dat moment dat ik een meisje (heel angstig bij het kastspringen, na vier lessen toch een wendsprongetje) omstandig sta uit te leggen hoe trots ze moet zijn op haar 6. Dat alles bij elkaar, was ik wel benieuwd hoe collega's dat aanpakken! Met dank aan de vele retweets van mijn oproep via twitter is mijn enquête hierover uiteindelijk 33 keer ingevuld. De enquête bestaat uit grofweg twee delen. In het eerste deel heb ik gevraagd naar het wat, wie, waarom van beoordelen en in het tweede deel heb ik gevraagd naar concrete voorbeelden. In dit blog een weergave en interpretatie van de resultaten van het eerste deel.
zaterdag 16 april 2016
Apps in de gymzaal: Video Catch
In de lessen sport & bewegen gebruik ik regelmatig videofeedback. De leerling wordt gefilmd en kan zichzelf vervolgens terugzien zodat ik mijn feedback kan koppelen aan wat de leerling zichzelf ziet doen. Hudl Technique is een voorbeeld van een app die ik daarvoor gebruik. Dit soort apps gebruik je echter vooral bij geplande gebeurtenissen: leerling X gaat een koprol maken, dat film je en vervolgens kijk je dat rustig terug. Op die manier werken spelsituaties alleen niet, je kunt niet van tevoren voorspellen wanneer juist dát gaat gebeuren wat je graag terug wilt zien. Voor deze situaties kun je goed de app Video Catch gebruiken.
Labels:
app,
e-learning,
ict,
review,
Sport en Bewegen
vrijdag 15 januari 2016
Apps in de gymzaal: Team Shake, Versus en TimerOnFire
Beeldfeedback vind ik één van de waardevollere toevoegingen die een iPad in de zaal kan bieden. Een beweging of een situatie terugkijken, even het beeld stilzetten op een belangrijk moment, het zijn extra mogelijkheden om leerlingen vaardiger te maken. Ondertussen gebruik ik ook een aantal apps die het organiseren van de les een stukje makkelijker maken. Hier bespreek ik kort drie apps die ik regelmatig gebruik.
dinsdag 24 november 2015
Het prachtige risico van (bewegings)onderwijs
In de laatste editie van Lichamelijke opvoeding (het vakblad van de KVLO) staat het artikel De bodem voor mijn visie van Martinus Waal. Hij is op zoek naar "filosofische overwegingen die rekening houden met de onmogelijkheid om bewegen echt te begrijpen" (pag. 13). Die overwegingen vindt hij in Het prachtige risico van onderwijs van Gert Biesta. Het artikel is een prachtige voorzet om op een diepere manier na te denken over ons vak. Bij het lezen schuurt er echter ook iets. De vergelijkingen die worden gemaakt tussen de drie onderwijsdomeinen (kwalificatie, socialisatie en subjectivering) en bekende 'drieslagen' in het bewegingsonderwijs (zoals bewegen verbeteren, bewegen regelen en bewegen beleven), lijken bijvoorbeeld enigszins scheef. Om dit echter goed te kunnen duiden, zal ik eerst zelf het diepe in moeten.
maandag 15 december 2014
Mijn onderwijsmoment
Karin Winters heeft afgelopen week een nieuwe site gelanceerd: mijnonderwijsmoment.nl. Een plek voor verhalen van onderwijsmensen, wat een topidee! Ik retweette het bericht, en legde daarmee ook een beetje mijn eigen deelname vast.
Er zijn 29 leerlingen tegelijkertijd aan het werk in de gymzaal. In groepjes of alleen. Met verschillende onderdelen. Op - naar schatting - 29 niveaus. Zo op het eerste oog is het een chaos. En op het tweede oog eigenlijk ook. Een les waarin alles regelmatig mislukt, en daarom juist zo gaaf is.
In de eerste klas zijn we een aantal lessen met het onderdeel circus aan de gang. De opdracht is: verzorg met je groepje een voorstelling, waarin je op een originele manier laat zien wat je geleerd hebt bij het gekozen onderdeel. Na de introductieles, waarin alle leerlingen alle onderdelen bij langs lopen, kiezen de leerlingen het onderdeel waarin zij de expert gaan worden.
We zitten in les 2. De leerlingen zijn aan het oefenen bij het door hun gekozen onderdeel. Het enige wat ik heb gedaan is ze waarschuwen: "circus is een prachtig en verschrikkelijk onderdeel, en allebei om dezelfde reden: je moet keihard oefenen om het te laten lukken, en net als je denkt dat het lukt, mislukt het weer. Maar! Doorzetten geeft beloning, oefen veel, hard en geduldig en je merkt dat je straks veel meer kunt dan nu. Succes!"
De rest van de les hoef ik niet zoveel meer te doen. Kijken en genieten, daar komt het zo'n beetje op neer. Een leerling zit op z'n knieën met het gezicht naar de muur. Dan kun je de jongleerballetjes niet naar voren gooien, en je hoeft niet steeds te bukken als ze vallen. Een andere leerling valt voor de vijfde keer van de eenwieler, om er direct weer op te klimmen. Twee andere leerlingen helpen hem een stukje op weg. De tonloper werkt in z'n eentje. Hij sleept druk met matjes om een verhoging te maken waar hij met zijn ton overheen gaat proberen te lopen, als het zover is vraagt hij zelf hulp aan een diabolo'er. Af en toe moet ik wat leerlingen afremmen die te snel gaan. Als je bij het jongleren de ballen nog niet met een constante boog kunt gooien is het niet handig om al met drie ballen te oefenen, terug naar de oefeningen met twee ballen dus. Het drukst ben ik met leerlingen die voortdurend willen laten zien dat er iets lukt: "meneer, meneer, kijk eens!" Om vervolgens een diabolo op te vangen of anderhalve meter los te fietsen.
Ik hoef steeds alleen maar te zeggen: "zo! ik kan zien dat je hard geoefend hebt! Denk je nog even aan... doe nog eens, alleen dan... wat je nu zou kunnen doen..." En daar gaan ze weer. Terug de ogenschijnlijke chaos in. Om weer balletjes op te rapen, van de fiets te stuiteren of een diabolo op hun neus te krijgen, maar dat helemaal niet erg vinden: Want waarom zou je trots zijn op iets waar je nooit in hebt gefaald?
nou maar hopen dat alle retweets ook een bijdrage van de retweeter opleveren :-) #onderwijsmoment http://t.co/8pBOy0H2uw
— Karin Winters (@karinwinters) 9 december 2014
Dus, bij deze! Mijn onderwijsmoment van vorige week, een les sport&bewegen:Er zijn 29 leerlingen tegelijkertijd aan het werk in de gymzaal. In groepjes of alleen. Met verschillende onderdelen. Op - naar schatting - 29 niveaus. Zo op het eerste oog is het een chaos. En op het tweede oog eigenlijk ook. Een les waarin alles regelmatig mislukt, en daarom juist zo gaaf is.
In de eerste klas zijn we een aantal lessen met het onderdeel circus aan de gang. De opdracht is: verzorg met je groepje een voorstelling, waarin je op een originele manier laat zien wat je geleerd hebt bij het gekozen onderdeel. Na de introductieles, waarin alle leerlingen alle onderdelen bij langs lopen, kiezen de leerlingen het onderdeel waarin zij de expert gaan worden.
We zitten in les 2. De leerlingen zijn aan het oefenen bij het door hun gekozen onderdeel. Het enige wat ik heb gedaan is ze waarschuwen: "circus is een prachtig en verschrikkelijk onderdeel, en allebei om dezelfde reden: je moet keihard oefenen om het te laten lukken, en net als je denkt dat het lukt, mislukt het weer. Maar! Doorzetten geeft beloning, oefen veel, hard en geduldig en je merkt dat je straks veel meer kunt dan nu. Succes!"
De rest van de les hoef ik niet zoveel meer te doen. Kijken en genieten, daar komt het zo'n beetje op neer. Een leerling zit op z'n knieën met het gezicht naar de muur. Dan kun je de jongleerballetjes niet naar voren gooien, en je hoeft niet steeds te bukken als ze vallen. Een andere leerling valt voor de vijfde keer van de eenwieler, om er direct weer op te klimmen. Twee andere leerlingen helpen hem een stukje op weg. De tonloper werkt in z'n eentje. Hij sleept druk met matjes om een verhoging te maken waar hij met zijn ton overheen gaat proberen te lopen, als het zover is vraagt hij zelf hulp aan een diabolo'er. Af en toe moet ik wat leerlingen afremmen die te snel gaan. Als je bij het jongleren de ballen nog niet met een constante boog kunt gooien is het niet handig om al met drie ballen te oefenen, terug naar de oefeningen met twee ballen dus. Het drukst ben ik met leerlingen die voortdurend willen laten zien dat er iets lukt: "meneer, meneer, kijk eens!" Om vervolgens een diabolo op te vangen of anderhalve meter los te fietsen.
Ik hoef steeds alleen maar te zeggen: "zo! ik kan zien dat je hard geoefend hebt! Denk je nog even aan... doe nog eens, alleen dan... wat je nu zou kunnen doen..." En daar gaan ze weer. Terug de ogenschijnlijke chaos in. Om weer balletjes op te rapen, van de fiets te stuiteren of een diabolo op hun neus te krijgen, maar dat helemaal niet erg vinden: Want waarom zou je trots zijn op iets waar je nooit in hebt gefaald?
vrijdag 11 april 2014
Meedoen
In mijn vorige blog schreef ik over hoe belangrijk ik het vind om uit te gaan van wat een kind wel kan. Ook bij Sport & Bewegen werkt het om uitdagende en haalbare doelen te stellen, alleen scheelt het nogal per kind wat uitdagend en haalbaar is. Uitgaan van mogelijkheden betekent voor mij dat leerlingen zoveel mogelijk op hun eigen niveau werken zónder naar een eindniveau te moeten dat voor iedereen hetzelfde is. Op die manier mag je ook écht meedoen. Dat lukt me nog lang niet altijd. We beoordelen bij ons op school aan de hand van niveaubeschrijvingen. Die worden echter wel weer vertaald naar een cijfer. Het blijft dus zo dat niveau 1 voor veel leerlingen het eindstation is, en dat ondanks progressie en inzet er een schamel zesje op het rapport prijkt. Wat leren we ze eigenlijk als, wat er ook geprobeerd wordt, het resultaat elke keer weer een onvoldoende of een magere voldoende is? Volgens mij heeft elk kind van nature plezier in bewegen en mijn belangrijkste taak is om dat niet te verpesten. Helpt deze manier van beoordelen daarbij? Hm. Ik blijf dus altijd zoeken naar manieren om iedereen succeservaringen mee te geven.
Ik heb een paar voorbeelden hoe dat dan kan gaan, het zijn twee hoogtepunten uit mijn lesgeefcarrière. Een aantal jaar geleden had ik een leerling, Piet (die niet echt Piet heet), met een nogal a-typisch sportlichaam. Veel te zwaar voor zijn leeftijd en lengte. Nu hebben we op school de bosloop, een rondje door het bos van 800 meter. Eerder beoordeelde ik deze loop altijd op snelheid, hoe sneller des te hoger je cijfer. Dat voelde niet zo lekker. Ik heb niet de pretenties dat ik een leerling in een paar lesjes lopen die 800 meter opeens significant harder kan laten lopen. De beoordeling heb ik dus aangepast. Alle leerlingen lopen nu twee rondjes. Van beide rondjes wordt de tijd opgenomen. Hoe kleiner het verschil tussen de twee rondjes, hoe hoger je cijfer. Dat betekent namelijk dat je een constant tempo hebt gelopen, en dat is knap. Piet liep de eerste ronde 5:40. Volgens het oude schema een 3. Het tweede rondje liep hij 5:41. Piet kwam met zijn handen omhoog, aangemoedigd door de hele klas over de finish. Hoogste cijfer van de klas. Had ik het op de oude manier gedaan, dan had ik hem geleerd dat hij niet kon hardlopen. Nu heeft hij geleerd dat hardlopen en mislukken niet per definitie met elkaar in verband hoeven te staan, sterker nog: dat je plezier kunt hebben als je loopt!
Het tweede voorbeeld is wat langer geleden. Een meisje had zo zwaar Pfeiffer dat ze alleen nog maar in bed kon liggen. Ze belandde in een revalidatiecentrum waar ze haar conditie weer moest opbouwen. Een ballon overtikken bleek al best wel pittig. Zo kwam ze ook weer op school. Daar zit je dan met je niveaubeschrijvingen. Ik zorgde voor een apart programmaatje waar ze in de berging mee aan de gang kon. Laatst sprak ik haar via Facebook en vroeg of ze dat nog wist. En of.
"En of ik het nog weet!! Heel goed zelfs! Die 10 vergeet je niet zo snel. Betekende veel voor mij. Ik heb het boekje nog !""Terwijl je reguliere gymles gaf aan de klas nam je van te voren, tussendoor zo'n 10 minuten en na afloop de tijd voor mij om oefeningen te leren en me hierbij te helpen. Op een bank (zittende oefeningen), op een bal en staand. Iedere keer kon ik weer een oefening langer volhouden. Aan het einde van het jaar gaf je mij de opdracht verschillende oefeningen die je mij had geleerd uit te kiezen, dit te tekenen en erbij te beschrijven welke spieren je hiermee traint. En nog oefeningen zelf te verzinnen. Je had eerst een 8 op de voorkant gezet, maar deze hard doorgekrast en er toen een 10 opgezet. Ik heb thuis gehuild, was er zo blij mee. Niet alleen de Pfeiffer deed veel met me lichamelijk, ook geestelijk."..."Toen ik achter liep met vakken, terwijl ik zo graag wilde, vond ik dit moeilijk. Ik liep een beetje achter de massa aan. Maar jij gaf me de ruimte op mijn eigen tempo gym te volgen. Je benoemde vaak dat je respect voor me had. En al deed ik maar 3 oefeningen bij wijze van spreken, je zei dat ik het goed deed. Ik denk, nee, weet zeker, dat als ik met mijn "handicap" toen de reguliere gymles had moeten volgen, ik niet alleen mezelf had moeten teleurstellen omdat ik het qua conditie het nooit had volgehouden, maar je ook "voor paal" staat bij je klas. Als je dan ook nog beoordeeld moet worden nav je presteren, dan zou mijn motivatie veel minder zijn geworden... "Inmiddels gaat het dus goed met me. Ik werk met jong- volwassenen met een lichte tot matige verstandelijke beperking. Dat is hard werken, maar dat gaat goed. Ik loop hard en sta bijna elke dag op m'n crosstrainer."Ik was er stil van. Je hebt als docent blijkbaar echt impact op leerlingen... Daar sta ik lang niet altijd bij stil. Verder sterkte me het enorm in mijn opvatting dat elke leerling er bij moet kunnen horen. Waarom past de beoordeling daar dan lang niet altijd bij? Van die vertaling naar ééndimensionale cijfers wil ik dus eindelijk wel eens af. Alternatieven zijn er gelukkig genoeg. Met onze sectie gaan we bekijken of we een soort portfolio kunnen gaan invoeren. Dan wordt het ook gemakkelijker om iemands prestatie op te splitsen in vaardigheid, progressie, inzet, etcetera. Als het doel van ons vak is om leerlingen te 'brengen tot een blijvende deelname aan bewegen en sport', dan wil ik iemand waarderen in plaats van beoordelen. Anders kon ik het nog wel eens verpesten...
P.s. Ik heb uiteraard gevraagd of ik haar antwoord mocht gebruiken voor dit blog.
Update (8 feb 2016): dit blog is ook verschenen op hetkind.org
donderdag 3 april 2014
Ik kan vandaag niet meedoen!
"Meneer, alstublieft. Ik kan vandaag niet meedoen!"
Het gebeurt vrij regelmatig dat ik op deze manier vlak voor de les een briefje in handen gedrukt krijg. De meest uiteenlopende redenen komen voorbij. Het valt op dat er bij ons op school vrij vaak meisjes van een paard afvallen, meestal op hun stuitje. Daarnaast hebben ze last van ingegroeide teennagels, een zere buik, menstruatie, ... Verzin het en de kans is groot dat ik het al eens op een briefje voorbij heb zien komen. Waar ik naar van word is de categorie: 'Pietje voelde zich vanochtend niet zo lekker, dus het lijkt ons verstandig dat hij vandaag niet meedoet met de les.' Welke ouder durft zijn of haar kind zo'n briefje mee te geven? Ik snap er - oprecht - helemaal niets van.
Mijn standaardreactie bij de meeste, zo niet alle briefjes: "wat vervelend voor je, kleed je maar rustig om, we zitten vandaag in zaal zoveel." Dit levert ook standaard allerlei verwarde blikken op. "Ja maar, meneer! Ik heb echt spierpijn aan de keel, bel mijn moeder maar op!"
Tot in den treure leg ik kinderen uit dat ik (en met mij de sectie trouwens!) altijd uitga van wat een kind wél kan. Als je last hebt van je linkerpols kun je prima badmintonnen met rechts. Als je last hebt van je voet kun je prima een mikspelletje doen met basketbal. En uiteraard kun je andere rollen uitvoeren: je kunt als scheidsrechter een wedstrijd begeleiden, als coach een andere leerling verder helpen, als organisator een toernooitje regelen of als lesgever het eindspel uitleggen. Ook dat doe je in je gymkleren, (volgens ons) heel normaal.
Het mooiste voorbeeld van differentiëren naar wat-een-kind-wél-kan heb ik gezien toen ik tijdens mijn opleiding een stage liep aan de Prins Johan Friso school in Haren. Een school voor lichamelijk- en meervoudig gehandicapte kinderen. Tijdens de gymles had je te maken met kinderen die kruipend, lopend en rollend binnenkwamen. Een potje lijnbal werd op briljante wijze aangepast zodat de hele groep samen kon spelen. Er waren twee lijnen in het midden met een simpele afspraak: als je over de hoge lijn kunt gooien doe je dat, zo niet, dan mag je over de lage. De rolstoelers verdedigden het gebied vlak achter de lijn en de anderen de rest van het veld. Ik zal nooit vergeten hoe een jochie (dat wel kon lopen) de bal op het rolstoelblad van een zwaar spastische jongen legde. Deze jongen stuurde zijn rolstoel naar de lage lijn, was een tijdje woest aan het zwaaien met zijn armen en tikte uiteindelijk de bal van het blad af. Over de lijn, op de grond. Kwijlen van plezier. Ik was, en ben nog steeds diep onder de indruk.
Dat plezier mis ik wel eens. Wat ik bij mezelf bemerk is dat ik er zelfs soms vanuit ga dat ze bewust elk wissewasje aangrijpen om maar niet mee te hoeven doen. Dat zal soms best. Het zal soms ook best dat er niet eens een wissewasje is, maar wel een briefje. Het is echter zo erg dat ik er vanuit ga dat ze dat doen, dat ik nooit voor de les zeg wat we gaan doen. Stel je voor dat het de leerlingen niet aanstaat en ze snel nog een briefje schrijven! Daar ga ik vanaf morgen dus mee ophouden. Als ik van de leerlingen verwacht dat ze het positief bekijken zal ik dat zelf toch ook moeten doen!
Het gebeurt vrij regelmatig dat ik op deze manier vlak voor de les een briefje in handen gedrukt krijg. De meest uiteenlopende redenen komen voorbij. Het valt op dat er bij ons op school vrij vaak meisjes van een paard afvallen, meestal op hun stuitje. Daarnaast hebben ze last van ingegroeide teennagels, een zere buik, menstruatie, ... Verzin het en de kans is groot dat ik het al eens op een briefje voorbij heb zien komen. Waar ik naar van word is de categorie: 'Pietje voelde zich vanochtend niet zo lekker, dus het lijkt ons verstandig dat hij vandaag niet meedoet met de les.' Welke ouder durft zijn of haar kind zo'n briefje mee te geven? Ik snap er - oprecht - helemaal niets van.
Mijn standaardreactie bij de meeste, zo niet alle briefjes: "wat vervelend voor je, kleed je maar rustig om, we zitten vandaag in zaal zoveel." Dit levert ook standaard allerlei verwarde blikken op. "Ja maar, meneer! Ik heb echt spierpijn aan de keel, bel mijn moeder maar op!"
Tot in den treure leg ik kinderen uit dat ik (en met mij de sectie trouwens!) altijd uitga van wat een kind wél kan. Als je last hebt van je linkerpols kun je prima badmintonnen met rechts. Als je last hebt van je voet kun je prima een mikspelletje doen met basketbal. En uiteraard kun je andere rollen uitvoeren: je kunt als scheidsrechter een wedstrijd begeleiden, als coach een andere leerling verder helpen, als organisator een toernooitje regelen of als lesgever het eindspel uitleggen. Ook dat doe je in je gymkleren, (volgens ons) heel normaal.
Het mooiste voorbeeld van differentiëren naar wat-een-kind-wél-kan heb ik gezien toen ik tijdens mijn opleiding een stage liep aan de Prins Johan Friso school in Haren. Een school voor lichamelijk- en meervoudig gehandicapte kinderen. Tijdens de gymles had je te maken met kinderen die kruipend, lopend en rollend binnenkwamen. Een potje lijnbal werd op briljante wijze aangepast zodat de hele groep samen kon spelen. Er waren twee lijnen in het midden met een simpele afspraak: als je over de hoge lijn kunt gooien doe je dat, zo niet, dan mag je over de lage. De rolstoelers verdedigden het gebied vlak achter de lijn en de anderen de rest van het veld. Ik zal nooit vergeten hoe een jochie (dat wel kon lopen) de bal op het rolstoelblad van een zwaar spastische jongen legde. Deze jongen stuurde zijn rolstoel naar de lage lijn, was een tijdje woest aan het zwaaien met zijn armen en tikte uiteindelijk de bal van het blad af. Over de lijn, op de grond. Kwijlen van plezier. Ik was, en ben nog steeds diep onder de indruk.
Dat plezier mis ik wel eens. Wat ik bij mezelf bemerk is dat ik er zelfs soms vanuit ga dat ze bewust elk wissewasje aangrijpen om maar niet mee te hoeven doen. Dat zal soms best. Het zal soms ook best dat er niet eens een wissewasje is, maar wel een briefje. Het is echter zo erg dat ik er vanuit ga dat ze dat doen, dat ik nooit voor de les zeg wat we gaan doen. Stel je voor dat het de leerlingen niet aanstaat en ze snel nog een briefje schrijven! Daar ga ik vanaf morgen dus mee ophouden. Als ik van de leerlingen verwacht dat ze het positief bekijken zal ik dat zelf toch ook moeten doen!
P.s. Mooiste briefje ooit:
Goedemiddag, Amber kan niet meedoen omdat ze erge last van haar enkel heeft.
Groet, Amber
UPDATE:
Naar aanleiding van dit blog werd ik gebeld door het radio 2 programma 'de Staat van Stasse'. Het is een soort oproep in voice-mailvorm geworden. Mijn '15 seconds':
Abonneren op:
Posts (Atom)